Brede school
De El Amien school is een brede school. Met dit schoolconcept willen we onderwijs, zorg en welzijn bij elkaar brengen. Dit houdt in dat wij naast onze onderwijsactiviteiten allerlei andere activiteiten organiseren om de ontwikkelingskansen van onze leerlingen te vergroten. Zo hebben we een voorschool, naschoolse activiteiten, ouderactiviteiten en vervult de school tevens een buurtfunctie.
De Voorschool
De Voorschool bestaat uit 4 peutergroepen en een aantal kleuterklassen (groep 1 en 2). De Voorschool wordt in samenwerking met de welzijnsstichting Impuls geëxploiteerd. De peutergroepen vallen onder Impuls.
De Voorschool werkt met het programma Piramide . Dit programma is thematisch opgebouwd, sluit aan bij de belevingswereld van peuters en kleuters en loopt door tot en met groep 2.
De Voorschool betrekt ouders nauw bij de ontwikkeling van hun kind. Voor kinderen is het belangrijk om te merken dat zij steun en hulp krijgen van hun ouders. Daarom is het erg belangrijk om als ouder aanwezig te zijn bij de spelinloop en bij de themabijeenkomsten. De ouders krijgen dan een boekje over het thema waar zij thuis mee aan de slag kunnen met hun kind. Zo kunnen ouders op de hoogte zijn van de activiteiten die hun kind op school doet. Daarnaast zijn er ook regelmatig afsluitende activiteiten waarbij de ouders worden betrokken.
De ontwikkeling van de peuters wordt gevolgd d.m.v. een leerlingvolgsysteem.
Vanaf hun 3e jaar worden zij getoetst en geobserveerd. Hierover wordt met de ouders apart een gesprekje gevoerd.
De Peutergroepen zijn voor kinderen vanaf 2,5 jaar tot 4 jaar.
Elke groep heeft 15 kinderen, die elke week 2 ochtenden en 2 middagen komen.
De inschrijving voor de peutergroepen gaat via de basisschool. Ouders kunnen hun kind inschrijven vanaf 1,5 jaar. Vóór de plaatsing vindt een gesprek plaats met de leidsters van de peutergroepen.
De voorschool is voor peuters niet gratis. Op basis van het inkomen wordt de ouderbijdrage vastgesteld. Bij het plaatsingsgesprek krijgt u informatie hierover.
De peutergroep is ’s morgens geopend van 8.45 tot 12.15 uur en ’s middags van 13.15 tot 15.00 uur. Het is de bedoeling dat de peuters als zij 4 jaar zijn, doorstromen naar groep 1 van de El Amien school.
Andere activiteiten in het kader van de brede school
Ouderactiviteiten
Logopedie
Cursussen voor oudkomers
Sport en spelactiviteiten
Opvoedingsondersteuning
Schoolmaatschappelijk werk
Huiswerkbegeleiding
Dramalessen
Adaptief onderwijs
De El Amien school wil inspelen op de specifieke pedagogische en onderwijsbehoeften van de leerlingen. Dit houdt in dat niet alle kinderen op dezelfde manier behandeld kunnen worden. Sommige kinderen hebben een andere aanpak of extra zorg nodig. Daarom zijn wij de weg ingeslagen om ons onderwijs zodanig in te richten dat recht wordt gedaan aan de individuele verschillen van kinderen. Concreet houdt dit in dat wij een goede relatie willen opbouwen met onze leerlingen. Zij moeten zich veilig kunnen voelen bij ons en vertrouwen hebben in het feit dat we klaar staan om hen te helpen en te begeleiden. Wij willen bevorderen dat onze leerlingen zelfvertrouwen ontwikkelen en zelfstandige, actieve burgers worden die verantwoordelijkheid durven te nemen. Om in te kunnen spelen op specifieke onderwijsbehoeften willen wij onderwijs op maat (adaptief onderwijs) geven. Zelfstandig werken en zelfstandig leren zijn onderdelen hiervan. Om dit vorm te geven gebruiken we het concept “Stimulering Adaptief Proces” (StAP).
In de praktijk ziet u de elementen van StAP aan de volgende zaken:
Inrichting van de klas. We zorgen voor een rijke en uitdagende (leer)omgeving voor onze kinderen. De kinderen zitten in groepen bij elkaar ten einde het samenwerkend leren te bevorderen. Materialen hebben een vaste plek en zijn binnen handbereik van kinderen. Kinderen kunnen deze materialen zelfstandig pakken en weer terugleggen op de aangegeven plaats. Verder zijn er zoveel mogelijk werkjes van kinderen in de klas. In de onderbouw zijn deze werkjes aan het thema verbonden waar de kinderen mee bezig zijn.
Lesorganisatiemodel. We werken met het principe van “uitgestelde aandacht”. Dit houdt in dat er na de instructie van de leerkracht, momenten zijn gedurende de les, waarop kinderen zelfstandig werken en momenten, waarop de leerkracht langsloopt om waarnodig extra instructie te geven. Als de kinderen zelfstandig aan het werk zijn, geeft de leerkracht extra begeleiding aan de wat zwakkere kinderen aan een instructietafel.
Het hele model wordt gevisualiseerd middels kleuren:
rood = kinderen werken zelfstandig;
oranje = kinderen kunnen overleggen met elkaar;
groen = kinderen krijgen waarnodig extra hulp.
Ook de kinderen kunnen middels hun blokjes aangeven, wanneer ze ongestoord willen werken (rood), wanneer ze willen overleggen (oranje) of wanneer ze hulp van de leerkracht nodig hebben (groen).
Middels dit model willen we het zelfstandig werken bij de kinderen vergroten en kan de leerkracht tevens passende hulp bieden.
Dag/weektaken. De kinderen kunnen (bepaalde) activiteiten zelf plannen. Voor een deel kunnen ze dus zelf bepalen wanneer ze aan welke activiteit bezig willen zijn. Zij leggen dit vast in hun taakkaart.
Differentiatie. Wij streven naar passend onderwijs voor ieder kind. Hoewel de grootste groep het niveau van de groep kan bijbenen, zijn er kinderen die op een ander niveau aangesproken moeten worden. Dit is zichtbaar binnen de groep. Het kan voorkomen dat er kinderen zijn binnen de groep die op een ander niveau werken. Het streven blijft om de kinderen naar het gewenste niveau op te tillen. Hiervoor worden er extra middelen en expertise ingezet.
Sociale competentie
Kinderen kunnen niet alleen belemmerd zijn in hun cognitieve ontwikkeling, maar ook in hun sociale en emotionele ontwikkeling. Denkt u hierbij aan kinderen die geen contact willen maken met de anderen, kinderen die faalangst hebben, kinderen met concentratieproblemen enz. Ook deze kinderen willen we helpen. Hiervoor is er een goed pedagogisch klimaat nodig. Hoe gaan we met elkaar om? Hoe vangen we problemen op? Hoe kunnen we kinderen adequaat helpen? Hiervoor hebben we kennis en vaardigheden nodig. Dit proberen wij te bereiken door met elkaar te brainstormen, advies te vragen aan externe deskundigen en cursussen te volgen over deze onderwerpen. De El Amien school is dus een lerende organisatie die zich blijft ontwikkelen ten behoeve van een adequate begeleiding van haar leerlingen.
Weer samen naar school: Samenwerkingsverband West
In het kader van WSNS is de school aangesloten bij het samenwerkingsverband West. Dit is een orgaan waarin alle in dit deel van de gemeente aanwezige schoolbesturen vertegenwoordigd zijn om gezamenlijk vorm en inhoud te geven aan de zorg die veel kinderen nodig hebben. Dit samenwerkingsverband wordt aangestuurd door een coördinator. Ieder jaar wordt door het samenwerkingsverband een zorgplan vastgesteld, dat onder andere als wegwijzer en informatiebron dient m.b.t. het organiseren van de zorg binnen de school. Hierin staat ook beschreven de werkwijze van het zorgplatform en de Permanente Commissie leerlingenzorg (PCL), alsmede informatie over sbo’ s en het speciaal onderwijs.
Mede door Weer Samen Naar School (WSNS) dienen basisscholen hun onderwijs zodanig in te richten dat ook kinderen met speciale behoeften optimaal begeleid worden. De overheid wil door de mogelijkheden tot het geven van speciale hulp op de basisschool te vergroten, de uitstroom naar een speciale vorm van onderwijs (speciale basisschool, speciaal onderwijs) verminderen. Ook in dit kader moeten wij onze orthopedagogische en orthodidactische kwaliteiten gaan verbeteren. Binnen het samenwerkingsverband West waar we zijn aangesloten zijn veel activiteiten ingezet om de zorgstructuur van scholen te verbeteren. De school beschikt over een profiel leerlingenzorg waardoor nagegaan kan worden welk type kinderen we kunnen begeleiden, welke we in potentie kunnen begeleiden en voor welke categorie we geen aanpak hebben. Voorts dienen scholen te voldoen aan de zogenaamde minimum standaard:
- het systeem van interne begeleiding;
- de beslismomenten in het zorg- en verwijzingstraject van de basisschool;
- de leerlingbesprekingen;
- dossiervorming en
- het leerlingvolgsysteem.
Ook vanuit de schoolbegeleidingsdienst (ABC) wordt de school ondersteund in de optimalisering van de zorg die bepaalde kinderen behoeven. Aan de school is tevens een consulente leerlingenzorg verbonden die mede helpt vormgeven aan de zorgstructuur.
Kerndoelen
De El Amien school heeft voor alle vakken moderne methoden, die voldoen aan de eisen om de verplichte kerndoelen te behalen. De methoden die wat verouderd zijn worden gefaseerd vervangen. Voor kinderen die extra aandacht nodig hebben aanvullend materiaal in huis.
Nadruk op basisvaardigheden
Op school leggen we de nadruk op het leren van de basisvaardigheden: lezen, taal, rekenen en schrijven. Dit wil niet zeggen dat we de andere vakken verwaarlozen. Deze komen ook aan de orde (wereld oriëntatie, expressie, bewegingsonderwijs enzovoort). Er wordt gedaan aan expressie en de kinderen verwerven verder inzicht en kennis over hun omgeving en de wereld waarin ze leven (natuuronderwijs, aardrijkskunde, geschiedenis). Natuur en milieu-educatie is hier ook onderdeel van.
Nederlands
De Nederlandse taal heeft speciale aandacht op onze school. Het is voor de meeste kinderen de tweede taal. In de peutergroepen, groep 1 en 2 gebruiken we de methode “Piramide”. De school besteedt ook aandacht aan beginnende geletterdheid van kinderen. In de groepen 1 en 2 is er een ABC-muur, waardoor kinderen spelenderwijs kennismaken met letters en de functies van geschreven taal.
In groep 3 hebben we de methode “ De Leessleutel” en vanaf groep 4 “Taaljournaal” (nieuwe versie). De taalmethoden sluiten aan bij de belevingswereld van het kind en besteden voldoende aandacht aan woordenschatuitbreiding. Dit laatste krijgt extra aandacht bij ons.
Woordenschat
Woordenschat wordt binnen de methode taaljournaal via het computerprogramma woordenschat aangeboden. Binnen dit programma leren de kinderen per jaar 1080 nieuwe woorden. Dat komt neer op 30 nieuwe woorden per week. Daar wij op school voor het grootste deel meertalige leerlingen hebben, besteden wij extra aandacht aan het woordenschatonderwijs. Wij hanteren namelijk vanaf groep 1 een specifieke didactiek (de viertakt) om woordenschatonderwijs te geven. Onze leerkrachten zijn getraind in het aanbieden van woorden op deze specifieke manier. Hierdoor leren kinderen meer woorden en ze kunnen die beter onthouden. De woordclusters in de klas zorgen verder voor een taalrijke omgeving voor de kinderen.
Spelling
Het spellingonderwijs richt zich op het aanleren van probleemoplossend gedrag bij kinderen. Nadrukkelijk wordt er aandacht besteed aan bewustwording van de moeilijke stukjes in een woord en het gebruik van zogenaamde stappenplannen.
Taalbeschouwing
Bij taalbeschouwing leggen we de nadruk op spreken en luisteren, hoewel we het ook belangrijk vinden dat kinderen foutloos kunnen schrijven. We besteden ook aandacht aan het leren praten, het kunnen vormen van een mening, het kunnen leggen van verbanden en ten slotte het kunnen samenvatten. Kinderen worden vanaf groep 3 gestimuleerd om kleine stukjes te schrijven. In de hogere groepen worden er structureel, naast het opstel, ook werkstukjes gemaakt.
De school voert een actief taalbeleid. Wij willen een doorgaande taallijn realiseren en onze didactische vaardigheden verbeteren, zodat kinderen optimaal gebruik kunnen maken van het taalaanbod.
Begrijpend Lezen
Voor het begrijpend Lezen hebben we vanaf groep 4 de methode “Goed Gelezen”. Deze methode leert de kinderen stap voor stap hoe ze een tekst moeten lezen en begrijpen. Het taakgedrag staat hierbij centraal. Deze methode bevordert ook het zelfstandig werken bij kinderen.
Technisch lezen
Vanaf dit schooljaar willen we meer aandacht besteden aan het voortgezet technisch lezen. De methode “Estafette” wordt ingevoerd. De invoering van deze methode wordt begeleid door het Advies en Begeleidingscentrum (ABC). In de groepen 1 en 2 wordt doelgericht gewerkt aan de tussendoelen voor beginnende geletterdheid. De leerkrachten van de groepen 3 worden intensief begeleid bij het aanvankelijk leesonderwijs. De bedoeling is dat we aan het eind van groep 3 tenminste AVI 3 halen bij de kinderen. Verder hebben we op school een eigen goed geoutilleerde schoolbibliotheek.
Schrijven
Wat het schrijven betreft wordt vooral gelet op de motoriek, het technisch/creatief schrijven en de verzorging van het werk. In groep 1 en 2 worden er motoriekoefeningen gedaan ter voorbereiding op het schrijven vanaf groep 3. Ook
worden er schrijfhoeken ingericht in deze groepen om kinderen uit te nodigen zich met schrijfactiviteiten bezig te houden.
Rekenen
Bij rekenen gaat het meer om het leren oplossen van praktische probleempjes (realistisch rekenen). Hierbij stimuleren we de kinderen om verschillende strategieën te gebruiken. Het schattend en handig rekenen is een heel belangrijk onderdeel van onze methode. Ook leren we onze kinderen om tabellen en grafieken op te stellen en te interpreteren. Wij gebruiken op school de methode “Pluspunt” (nieuwe versie) en nog ander aanvullend materiaal (Maatwerk en software). Ook in de groepen 1 en 2 komen rekenactiviteiten aan bod.
Godsdienstonderwijs
Godsdienstonderwijs is heel belangrijk op onze school. Naast het realiseren van goed onderwijs hebben we als voornaamste doelstelling het versterken van de identiteit van onze kinderen. Dit dient als basis om goed te kunnen participeren in een pluriforme samenleving als Nederland. Het godsdienst- en Koranonderwijs wordt door vakleerkrachten in het Nederlands gegeven.
In de groepen 1 en 2 wordt spelenderwijs kinderen bepaalde elementaire dingen over de islamitische godsdienst bijgebracht en leren de kinderen Koranverzen en smeekbeden. Vanaf groep 4 krijgen de kinderen les in islamitische geloofsleer (aqieda), de aanbidding, het leven van de profeet (vzmH), andere religies, het omgaan met elkaar enzovoort. In de bovenbouw staat de godsdienstige vorming centraal: bewust zijn van en je plichten kennen t.o.v. Allah, de natuur en de medemens. Alle groepen krijgen een uur per week godsdienstonderwijs volgens een jaarplanning. De bedoeling is om de methode “Islamitisch godsdienstonderwijs”, die door de ISBO en SLO is ontwikkeld in te voeren.
Intercultureel en interreligieus onderwijs staat bij ons hoog op de agenda.
Wij vinden dit belangrijk omdat onze leerlingen opgroeien in een multiculturele en multireligieuze samenleving. Hierdoor kunnen we onze kinderen beter voorbereiden op de samenleving en kunnen ze omgaan met de religieuze en etnische verscheidenheid. Natuurlijk zijn er ook andere momenten waarin de islamitische opvoeding tot uitdrukking komt, bijvoorbeeld: het dagelijks gebed voor de oudere leerlingen, islamitische feesten op school, islamitisch pedagogisch klimaat enzovoort.
De activiteiten in de groepen
Kinderen leren door te doen. In de groepen 1 en 2 is daarom het spel heel belangrijk. Het kind ontwikkelt zich door het spel. Daarom proberen we de klas zodanig in te richten dat de kinderen zich optimaal kunnen ontplooien. Wij bieden kinderen hierbij voldoende ruimte om zelf initiatieven te kunnen nemen. Er wordt met thema’s gewerkt. De methode die we hiervoor gebruiken is “Piramide”.
Piramide wordt, zoals eerder vermeld, ook in de voorschoolpeutergroepen gebruikt. Er is dus een doorgaande lijn. Piramide biedt peuters/kleuters voldoende mogelijkheden om zich te ontwikkelen. Het is een geïntegreerd programma met activiteiten op het gebied van spel, taal, rekenen, expressie enzovoort. Kortom: alles wat kleuters nodig hebben om goed te kunnen starten in groep 3.
Verder heeft Piramide een eigen leerlingvolgsysteem, waardoor we kinderen die extra aandacht nodig hebben goed in de gaten kunnen houden. Voor de kinderen die uitvallen is er een apart programma dat door een tutor wordt gegeven. De bedoeling is dat de kinderen na de extra begeleiding weer mee kunnen doen met de rest van de groep. Hierdoor kunnen we ieder kind die aandacht geven die het nodig heeft.
In groep 3 wordt een begin gemaakt met het lezen, rekenen, schrijven en er wordt verder gegaan met wereldoriënterende vakken. Wij houden er rekening mee dat de kinderen moeten wennen aan het meer methodisch leren in groep 3. In de onderbouw is er reeds een basis gelegd. Dit wordt in de bovenbouw verder uitgebouwd. Kinderen leren bijvoorbeeld verhaaltjes schrijven, samenvatten, verbanden leggen, zelfstandig opdrachten uitvoeren enzovoort. In de groepen 7 en 8 wordt tevens een aanvang gemaakt met de voorbereiding op het voortgezet onderwijs. De leerlingen worden bijvoorbeeld getraind in het leren van lessen en het maken van huiswerk. Uiteraard wordt ook in deze groepen rekening gehouden met individuele verschillen en wordt het onderwijs hierop afgestemd.
De pedagogische opdracht
Volgens de Islam zijn kinderen opvoedbaar en dus aangewezen op begeleiding van de volwassenen. De omgeving speelt hierin ook een cruciale rol. De volwassene heeft dus een belangrijke taak in dit opvoedingsproces, nl. het vormen van het kind en het helpen op de weg naar de volwassenheid. Primair zijn ouders verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen en dienen hier ook actief aan deel te nemen. Voor een groot deel van de dag zijn kinderen op school. Ouders vertrouwen hun kinderen toe aan anderen, in dit geval leerkrachten. De leerkracht heeft dus ook een opvoedende taak. Dit houdt in dat naast het overbrengen van kennis, kinderen waarden en normen bijgebracht worden: verboden, geboden, leef- en omgangsregels enzovoort. Steeds benadrukken we het feit dat we moslim zijn in een multiculturele samenleving. Dus, zoals vaak gezegd wordt, hoe kun je integreren (een deel worden van de samenleving) met behoud van je eigen identiteit (zonder jezelf weg te cijferen). De El Amien school is dus een school waar de leerkracht niet alleen kennisoverdrager is, maar ook een gids die kinderen begeleidt in hun persoonlijkheidsontwikkeling. Dit betekent dat wij op dit gebied een nauwe betrokkenheid van ouders zeer op prijs stellen. De intentie is om samen met de ouders te kiezen voor de juiste opvoedingsmethoden en aanpak voor de leerlingen. Een goede samenwerking zal insha Allah een positieve bijdrage leveren aan de opvoeding en vorming van de kinderen.
Burgerschapsvorming
Scholen zijn verplicht om actief aandacht te besteden aan de sociale integratie en actief burgerschap. Onder sociale integratie wordt verstaan: een deelname van burgers aan de samenleving in de vorm van sociale participatie, deelname aan de maatschappij en haar instituties en bekendheid met en betrokkenheid bij uitingen van de Nederlandse cultuur. Onder actief burgerschap wordt verstaan: de bereidheid en het vermogen om deel uit te maken van de gemeenschap en daar een actieve bijdrage aan te leveren. Het gaat hierbij zoals de inspectie vermeldt om de overdracht van kennis, houdingen en vaardigheden die nodig zijn als burger in een democratische rechtstaat te functioneren met inbegrip van de Nederlandse en Europese staatsinrichting.
Als islamitische school vinden wij hier een structureel aandacht aan besteden een heel belangrijk punt. Daarom willen we kijken hoe wij onze kinderen aan de ene kant gemeenschappelijke waarden en normen kunnen bijbrengen en aan de andere kant hen vaardigheden te bieden om om te kunnen gaan met waarden en normen die afwijken van het islamitische geloof . Het gaat hierbij, zoals de inspectie dat aangeeft, om minimale (spel)regels die een blijvend vreedzaam samenleven mogelijk maken:
• Vrijheid van meningsuiting;
• Gelijkwaardigheid;
• Begrip (voor anderen);
• Verdraagzaamheid (tolerantie);
• (het afwijzen van) Onverdraagzaamheid;
• (het afwijzen van) Discriminatie.
Deze aspecten kunnen niet als apart vak behandeld worden. Daarom zullen we dit schooljaar kijken hoe we dit kunnen integreren in de verschillende vakken, met name in de vakken geschiedenis en godsdienst.
Het schoolklimaat
Omgevingsfactoren zijn van groot belang voor de ontwikkeling van kinderen. Kinderen zijn immers bezig een persoonlijkheid op te bouwen. Wij streven daarom ernaar op school voortdurend een vriendelijk, rein en veilig klimaat te bewerkstelligen. Pas als het kind zich veilig voelt, kan het zich goed ontwikkelen. Juist structuur en regelmaat verschaffen het kind duidelijkheid en rust om goed te kunnen leren. Daarom hechten we veel belang aan een goed schoolklimaat.
Als school letten wij erop dat de relatie tussen kinderen onderling en met de volwassenen volgens bepaalde regels verloopt. Wij letten hierbij vooral op het taalgebruik en het gedrag. Bij het naleven van regels wordt de nadruk gelegd op bevestiging van positief gedrag. Stimuleren van positief gedrag en corrigeren van onaangepast gedrag vinden zoveel mogelijk plaats door de leerlingen duidelijk te maken wat het gedrag, het effect en het gevolg hiervan is. Voor leerlingen die regelmatig storend/lastig gedrag vertonen wordt samen met de ouders een Plan van aanpak gemaakt.
Veiligheidsbeleid
Het veiligheidsbeleid krijgt in het kader van de nieuwe regelgeving een eigen plaats in ons schoolbeleid. Wij deden al van alles om de veiligheid van onze leerlingen, ouders en medewerkers te bewaken, maar dit krijgt nu een structureel karakter. Wij willen aan de ene kant voorzieningen treffen om de fysieke veiligheid van leden van onze school te waarborgen en aan de andere kant maatregelen treffen om leerlingen en personeel te beschermen tegen sociale onveiligheid. We willen dus een school zijn die leerlingen, ouders en leerkrachten een plek biedt waar ze veilig zijn en waar ze zich veilig voelen. Vorig schooljaar is al een aanvang gemaakt m.b.t. de volgende punten:
• Het opstellen van een veiligheidsplan
• Het aanstellen van een veiligheidscoördinator;
• Het opstellen van duidelijke huisregels
• Het beschrijven van de taken van de veiligheidscoördinator;
• Het geregeld inspecteren van de school op veiligheidsrisico’s;
• Het regelmatig houden van ontruimingsoefeningen (minimaal 2 keer per jaar);
• Het jaarlijks maken van een veiligheidsverslag.
Hoewel iedereen die op school werkt zich verantwoordelijk moet voelen voor en een bijdrage moet leveren aan een veilige werkplek, speelt de veiligheidscoördinator een cruciale rol in het geheel. Zijn taak is om de veiligheid in en rondom de school integraal aan te pakken, na te gaan of de ARBO-wetten nageleefd worden en te dienen als contactpersoon inzake veiligheidskwesties. De veiligheidscoördinator zal in het komende schooljaar getraind worden in het adequaat kunnen uitvoeren van zijn/haar taken. In dit kader is deskundigheid ingehuurd.
De interne begeleider
De interne begeleiders zijn belast met de zorgverbreding op school. Zij coachen en ondersteunen de leerkrachten, vooral m.b.t. de zogenaamde “zorgleerlingen” (kinderen met zwakke of zeer goede resultaten). Zij spreken de kinderen door met de groepsleerkrachten en maken samen met hen handelings- en groepsplannen om ze goed te kunnen begeleiden. Ook voor aangepast materiaal wordt er gezorgd.
Op school hebben we een orthotheek met materiaal voor kinderen die onder of boven hun niveau presteren. De extra ondersteuning van kinderen vindt zoveel mogelijk in de klas plaats. Het komt incidenteel voor dat leerlingen buiten de klas geholpen worden. Dit heeft te maken met onze visie op adaptief onderwijs.
Het leerlingvolgsysteem (LVS)
Ook volgen de interne begeleiders de kinderen gedurende de periode dat ze bij ons op school zijn en in de eerste jaren van het voortgezet onderwijs. Hiervoor is er een leerlingvolgsysteem. Wij gebruiken het CITO leerlingvolgsysteem (CITO staat voor Centraal Instituut ToetsOntwikkeling).
Er worden in alle groepen volgens een planning, methodeonafhankelijke toetsen afgenomen, zowel op cognitief als sociaal-emotioneel gebied. De resultaten gebruiken we om extra informatie te krijgen over het niveau c.q. de ontwikkeling van de kinderen. Ook de werkhouding van onze kinderen bespreken we regelmatig middels daarvoor bedoelde observatieformulieren. Gezamenlijk zoeken we naar manieren en mogelijkheden om ieder kind, dat hulp nodig heeft, de nodige aandacht te geven. Ieder kind krijgt zodoende bij ons de zorg die het nodig heeft. Het leerlingvolgsysteem systeem is volledig geautomatiseerd.
De volgende toetsen van het CITO leerlingvolgsysteem worden afgenomen:
- Taal voor kleuters (groep 1 en 2)
- Ordenen (groep 1 en 2)
- Kleuter observatielijsten (groep 1 en 2)
- Begrippentoets (groep 2 en 3)
- DMT/AVI (Technisch lezen) (groep 3 t/m 8) (AVI staat voor Analyse Van Individualiseringsvormen, DMT staat voor DrieMinutenToets)
- Rekenen en Wiskunde (groep 3 t/m 8)
- SVS (Schaal Vorderingen Spelling) (groep 3 t/m 8)
- Woordenschat (groep 3 en 4)
- Lezen met begrip (groep 3 en 4)
- Leeswoordenschat (groep 5 t/m 8)
- Begrijpend Lezen (groep 5 t/m8)
- Viseon (VolgInstrument Sociaal-Emotionele ONtwikkeling) (groep 1 t/m 8)
Verder wordt in groep 7 de Entreetoets en in groep 8 de Eindtoets basisonderwijs afgenomen. Om te zorgen voor een goede voortgang zijn voor de groepsoverdracht richtlijnen gemaakt, bedoeld om op een adequate manier de groep over te dragen aan de volgende leerkracht.
Kinderbespreking/zorgbreedte overleg
Ook houden we periodiek zorgbreedte overleggen en kinderbesprekingen.Tijdens de kinderbesprekingen worden kinderen besproken die opvallen in de klas qua gedrag of leervorderingen. Dit gebeurt meestal in bouwvergaderingen. Met elkaar wordt gezocht naar de juiste aanpak voor het betreffende kind. Verder is er iedere maand een keer een consultatieve leerlingbegeleiding, waarbij de leerkracht samen met de schoolbegeleider en de interne begeleider zich buigt over de specifieke gevallen. Het zorgbreedte overleg vindt in een breder kader plaats. Hierbij zijn ook de schoolarts en de leerplichtambtenaar aanwezig. Kinderen waarover er ernstige zorgen bestaan worden tijdens zo een bijeenkomst besproken. Het gaat dan bijvoorbeeld om sociaal-maatschappelijke en ernstige leerproblemen enz.
Uitgebreider onderzoek
In enkele gevallen kan het voorkomen dat wij geen voorzieningen hebben om een kind te helpen. Er wordt dan advies gevraagd aan een dienstverlenende c.q. begeleidende instantie. In de meeste gevallen is dit het Advies en Begeleidings- Centrum (ABC). Dit centrum verricht dan nader onderzoek (pedagogisch-didactisch of psychologisch onderzoek). Uiteraard vereist een dergelijk onderzoek toestemming van de ouders. De uitslag en eventueel een plan van aanpak worden uitvoerig met de betrokkenen (ouders, leerkracht en interne begeleider) besproken. Het onderzoek kan ook resulteren in een advies voor meer specialistisch onderwijs. In dit geval kan de school dan de benodigde zorg niet bieden aan het betreffende kind. Indien ouders hiermee akkoord gaan, wordt de verwijzingsprocedure in gang gezet. Dit begint met de aanmelding bij het zorgplatform. Het zorgplatform kan op grond van het aangeleverde onderwijskundig rapport en andere relevante gegevens de volgende adviezen uitbrengen:
- Verdere begeleiding van de aangemelde leerling op de huidige school.
- Aanmelding van de leerling op een andere basisschool;
- Een beschikking bij de PCL aanvragen voor plaatsing op een speciale basisschool;
- Verwijzing naar andere instellingen.
Vormen van specialistisch onderwijs
Naast het speciaal basisonderwijs (SBO), hebben we scholen voor speciaal onderwijs, die ingedeeld zijn in vier clusters:
• Cluster 1: voor blinde en slechtziende leerlingen;
• Cluster 2: voor dove en slechthorende kinderen, alsmede voor kinderen met taal- en spraakproblemen;
• Cluster 3: voor zeer moeilijk lerende kinderen, meervoudig gehandicapte, lichamelijk gehandicapte en langdurig somatische kinderen;
• Cluster 4: voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen, langdurig zieke kinderen met psychiatrische problemen. Ook scholen verbonden aan een pedologisch instituut vallen hieronder.
Scholen uit een cluster in een regio werken samen in een Regionaal Expertise Centrum (REC). Er zijn 33 REC’s in ons land. Cluster 1 heeft geen REC. Elk REC heeft een onafhankelijke Commissie voor Indicatiestelling (CVI), die beslist of een kind recht heeft op speciaal onderwijs of leerlinggebonden financiering. Een REC moet ook zorgen voor de coördinatie van de ambulante begeleiding en voor de begeleiding van ouders.
De Rugzak
De Rugzak is bedoeld voor kinderen met een handicap die extra voorzieningen nodig hebben om (gewoon) basisonderwijs te kunnen volgen. De wet Leerling Gebonden Financiering, die vanaf 1 augustus 2003 van kracht is geworden, geeft ouders van een kind met een handicap of functiebeperking het recht om die school voor hun kind te kiezen die zij het meest geschikt vinden. Dat kan een reguliere school zijn of een school voor speciaal onderwijs. De Rugzak is bedoeld voor kinderen in het basis en voortgezet onderwijs. Wij worden als school ook geconfronteerd met deze regeling. Daarom zullen wij per geval moeten bekijken of we de voorzieningen en deskundigheid in huis hebben om zulke kinderen gericht op te kunnen vangen.
Het leerlingendossier en het onderwijskundig rapport
Van iedere leerling wordt een dossier bijgehouden (pd-map). Hierin worden gegevens opgenomen over het gezin, de leerlingenbespreking, verslagen van gesprekken met ouders, speciale onderzoeken, handelingsplannen, toetsen, rapportgegevens van verschillende jaren enzovoort. De groepsleerkracht beheert deze dossiers en draagt deze over aan de volgende leerkracht van het kind. Van de “zorgleerlingen” legt de interne begeleider een aparte map aan. Als leerlingen tussentijds de school verlaten wordt er een onderwijskundig rapport opgemaakt. De relevante gegevens halen we uit de pd-map van het betreffende kind. Bij aanmelding bij het zorgplatform wordt er een uitgebreid onderwijskundig rapport ingevuld. Hiervoor is toestemming vereist van ouders.
Andere instanties
De interne begeleider onderhoudt ook contacten met speciale scholen voor het basisonderwijs, scholen voor het speciaal onderwijs en andere instanties waar de school eventueel kan aankloppen voor hulp en begeleiding (b.v. RIAGG, Bureau Jeugdzorg, JAT, GG&GD enzovoort). Het kan ook voorkomen dat voor een kind specialistische hulp binnen gehaald wordt vanuit een speciale basisschool.Dit heet preventieve ambulante begeleiding. De ambulante begeleider geeft adviezen en handelingssuggesties aan de school over de problematiek van het betreffende kind.
Zorg voor het jonge kind
Vooral in de onderbouw wordt veel aandacht besteed aan de zorg voor onze jonge kinderen. Het doel is te voorkomen dat kinderen uit de boot vallen en verder zo vroeg mogelijk in kaart te brengen welke kinderen speciale zorg nodig hebben. Concreet houdt dit in dat wij een veilige en uitdagende spel/leeromgeving creëren, waardoor kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen en ontplooien. Verder hanteren we een leerlingvolgsysteem (LVS), zodat we de ontwikkeling van de kinderen op de voet kunnen volgen en kunnen ingrijpen als dit noodzakelijk blijkt te zijn. Wij hebben in ons LVS verschillende toetsen opgenomen die een volledig beeld geven van de mate waarin kinderen zich ontwikkelen.
In de onderbouw zetten we tutoren en onderwijsassistenten in om de leerkrachten te ondersteunen.
Door de Voorschool worden de peuters beter voorbereid op de basisschool en wordt in de eerste jaren op dezelfde manier gewerkt. Wij werken met het programma Piramide. De leerkrachten die hiermee werken, alsmede de ondersteuners hebben een training gevolgd bij het Advies en Begeleidingscentrum (ABC).
Zorgstructuur El Amien
Als we op de El Amien over zorgleerlingen praten onderscheiden we de volgende niveaus van zorg.
Niveau A
De leerkracht biedt gedifferentieerd onderwijs aan alle kinderen in de groep. Daarbij geeft zij/hij extra aandacht aan kinderen die ondersteuning/extra zorg behoeven. De leerkracht signaleert als er extra ondersteuning/ onderwijsbehoefte is bij een kind.
Niveau B
De leerkracht biedt onderwijs/zorg in overleg met de interne begeleider. Dit gebeurt middels een handelingsplan.
Doel: het betreffende kind van niveau B naar niveau A brengen.
Niveau C
De Leerkracht treedt in overleg met de Consultatieve Leerling Begeleider en de interne begeleider over kinderen die op niveau B onvoldoende vooruitgang boeken. Het doel is om middels de expertise van de extern deskundige het kind in eerste instantie op niveau B te brengen. Op dit niveau wordt de leerkracht tevens voor een (of meer) kinderen van haar groep (“rugzakkinderen”) door een preventief ambulante begeleider ondersteund.
Niveau D
De betreffende leerling kan niet terug naar niveau B. Er volgt nader onderzoek. Vanuit dit onderzoek vloeien handelingssuggesties voort, waarmee de leerkracht de leerling kan begeleiden in de groep.
Niveau E
Alle stappen in de verschillende niveaus hebben niet tot resultaten geleid waarbij het kind zich voldoende binnen zijn/haar mogelijkheden ontwikkelt. Er wordt advies gevraagd aan het multidisciplinaire team van het zorgplatform. Dit advies kan leiden tot:
o Verder helpen op de huidige basisschool met Ambulante begeleiding (LGF)
o Verwijzing naar een andere basisschool die meer knowhow heeft op dit specifieke terrein
o Plaatsen op een speciale school voor basisonderwijs (SBO)
o Plaatsen op een school voor speciaal onderwijs (SO)
Zittenblijven
Het kan voorkomen dat de school van mening is dat uw kind de groep een jaartje over moet doen (doubleren) of dat het er nog niet aan toe is om naar groep 3 te gaan (kleuterverlenging). Dit wordt aan u voorgelegd en met uw instemming laten we het kind de groep een jaartje overdoen. Dit willen we tot het minimum beperken. Kinderen moeten immers volgens de wet een ononderbroken ontwikkeling doormaken. Daarom wordt per geval bekeken wat het beste is voor het kind. Is zittenblijven niet verstandig, dan gaat het kind over met een aangepast programma. Indien u zich niet kunt conformeren aan het besluit van de school, wordt u gewezen op de consequenties hiervan.






Bestanden m.b.t. de biografie van de Profeet, v.z.m.h.. Klik op een titel voor download.
Wij zijn op zoek naar collega's.
Hieronder vindt u een vakantieoverzicht.